Restauratie wapenschilden
In 1456 vond in Den Haag het negende kapittel plaats van de ridders van de Orde van het Gulden Vlies. De orde is in 1431 door Philips de Goede opgericht en bestond uit circa 30 van de invloedrijkste edelen in het Bourgondisch rijk. Gewoontegetrouw vergaderde men ook een dag in de hoofdkerk ter plaatse. Na afloop schonk men de wapenborden van de ordeleden, die gedurende de bijeenkomst boven de koorzetels in de kerk gehangen hadden, aan de kerk. De meeste kapittels vonden plaats in de Zuidelijke Nederlanden, vier maal slechts vergaderde men in de Noordelijke Nederlanden. In 1711 werd de orde gesplitst en voortgezet in een Oostenrijkse en een Spaanse tak. Van de laatste is Koningin Beatrix lid.
Sinds het Haagse kapittel van 1456 bezit de Grote Kerk een complete serie van 35 wapenborden, een uitzonderlijk voorrecht dat zij deelt met kerken in Brugge, Gent, Mechelen, St. Omer, Dijon en Barcelona. De Haagse serie is als de enige uit de toenmalige Noordelijke Nederlanden compleet bewaard gebleven en in situ. De reeks bestaat uit een groot afzonderlijk paneel (320 x 189 cm) met het wapen van Philips de Goede, het wapenbord van koning Alphons van Aragon en 33 kleinere borden (85 x 55 cm).
Bij een brand in 1539 is de serie echter verloren gegaan. Met toestemming van Karel V is de serie in 1550 opnieuw gemaakt. Die unieke reeks bevindt zich nog steeds in de Grote Kerk.
In de loop der eeuwen is de serie enkele malen gerestaureerd. Daarbij is niet steeds even zorgvuldig gehandeld, de meeste schilden hebben zodanige overschilderingen dat de oorspronkelijke versieringen onzichtbaar zijn geworden. Ook de plekken waar verf is afgebladderd zijn niet opgevuld en soms slordig overgeschilderd.
In 2001 heeft de Grote Kerk het plan opgevat te laten onderzoeken of conservering en restauratie van de 35 borden gewenst en mogelijk zou zijn. Een onderzoek van de restaurateur W. Haakma Wagenaar wees uit dat zulks het geval is. In het najaar van 2004 werd een begeleidingsgroep samengesteld waarin zitting hebben mevrouw prof. Dr. C.A. Chavannes – Mazel (adviseur van de Grote Kerk), mevrouw Mr. E.Y. Beelaerts van Blokland – van Schayk (adviseur van de Grote Kerk) en de heren Dr. P. Le Blanc (oud directeur Stichting Kerkelijk Kunstbezit in Nederland en lid van de commissie Wet tot behoud Cultuurbezit), L. Sozzani (restaurator van het Rijksmuseum), prof. Dr. A.M. Koldeweij (Universiteit Nijmegen en lid van de commissie Wet tot behoud Cultuurbezit) en Mr. A.J. Roskam (externe projectcoördinator Grote Kerk) en werd een uitgebreide inventarisatie gedaan van mogelijke conserverings- en restauratieniveaus en van ateliers, die daartoe in staat zijn. Deze acties resulteerden in verder inzicht in wat zou kunnen worden gedaan en hoe. De Stichting Restauratie Atelier Limburg (SRAL) werd als meest geschikte mogelijke restaurator bevonden.
Proefrestauratie
In oktober 2006 heeft de SRAL verslag uitgebracht van een onderzoek dat het in opdracht van de Grote Kerk gedaan heeft naar de conditie en materiaaltechnische samenstelling van de wapenborden. Mede op grond van deze rapportage heeft de Begeleidingscommissie met instemming van de gemeentelijke Dienst monumentenzorg geadviseerd eerst twee borden te selecteren en die te conserveren en mogelijk te restaureren.
De Stichting Restauratie Atelier Limburg (SRAL) heeft in het voorjaar 2009 de restauratie van twee wapenborden van de Orde van het Gulden Vlies afgerond. In overleg met de Begeleidingscommissie is op voorstel van de SRAL besloten een derde bord te laten behandelen. Daarmee waren in deze eerste restauratieronde drie restauratieniveaus vertegenwoordigd: licht, middel en zwaar beschadigd. Hiermee is een gedegen inzicht verworven over de aanpak en de kosten van de restauratie van de resterende borden.
De Stichting Restauratie Atelier Limburg (SRAL) heeft in het voorjaar 2009 de restauratie van twee wapenborden van de Orde van het Gulden Vlies afgerond. In overleg met de Begeleidingscommissie is op voorstel van de SRAL besloten een derde bord te laten behandelen. Daarmee waren in deze eerste restauratieronde drie restauratieniveaus vertegenwoordigd: licht, middel en zwaar beschadigd. Hiermee is een gedegen inzicht verworven over de aanpak en de kosten van de restauratie van de resterende borden.
De restauratie van de eerste twee schilden wordt mogelijk gemaakt door: Dr Hendrik Muller's Vaderlandsch Fonds, J.E. Jurriaanse Stichting, M.A.O.C. Gravin van Bylandt Stichting, Mondriaan Stichting, Prins Bernhard Cultuur Fonds, Stichting Fonds voor de Geld- en Effectenhandel, Stichting K.F. Hein Fonds en Stichting VSB Fonds.
Restauratie overige wapenschilden
In juni 2009 is de fondswerving gestart voor de restauratie van de overige 33 wapenborden. Mede dankzij de bijdragen van de Mondriaan Stichting, Stichting Dioraphte, SNS Reaal Fonds, Meens Luyten Janssen Block Fonds en het Enter-Westerman Holstein Fonds, beheerd door het Prins Bernhard Cultuurfonds, Fonds 1818, Dr Hendrik Muller's Vaderlandsch Fonds, Wereldhave, M.A.O.C. Gravin van Bylandt Stichting, Stichting Elise Mathilde Fonds, Stichting K.F. Hein Fonds, Stichting Fonds voor de Geld- en Effectenhandel en Hof ter Haghe konden de eerste schilden in september 2010 naar het restauratie atelier van de SRAL in het Bonnefantenmuseum te Maastricht worden overgebracht. Daar kan het publiek de restauratie achter glas volgen. De restauratie zal naar verwachting enkele jaren gaan duren.Kunsthistorisch onderzoek
Ten behoeve van de kwaliteit van de restauratie en conservering van de wapenborden is doelgericht kunsthistorisch onderzoek noodzakelijk. Dit houdt in dat van alle betreffende ridders en soevereinen titels en wapens zoals gevoerd in 1456 moeten worden getraceerd. Ook andere bewaard gebleven wapenborden van deze ridders of hun directe bloedverwanten moeten worden getraceerd en in goede reproductie ter hand worden gesteld van de restauratoren van de SRAL. Met dit vergelijkingsmateriaal wordt het lezen en beoordelen van wat op de Haagse panelen wordt aangetroffen, op een meer verantwoorde en zorgvuldiger wijze mogelijk.
Het kunsthistorisch onderzoek wordt uitgevoerd door een jong afgestudeerd en ter zake al ingevoerd kunsthistoricus, Marjolijn Kruip, onder inhoudelijke begeleiding van prof.dr. A.M. Koldeweij, Kunstgeschiedenis van de Middeleeuwen, Radboud Universiteit Nijmegen. Bijzonder bij dit project is dat jong talent de mogelijkheid krijgt een onderzoek te verrichten dat direct in de praktijk kan worden toegepast.
Het onderzoek wordt mede mogelijk gemaakt door: het door het Prins Bernhard Cultuurfonds beheerde Pronk Visser Fonds, Wim en Nini H. Fonds, Keg Thate Fonds, Eelco Brinkman Fonds en het Wijnand Goppel Fonds, J.E. Jurriaanse Stichting, M.A.O.C. Gravin van Bylandt Stichting en Stichting Fonds A.H. Martens van Sevenhoven.
Wet tot Behoud Cultuurbezit
De collectie Wapenschilden van de Ridders van het Gulden Vlies is in februari 2009 toegevoegd aan de lijst Wet tot Behoud Cultuurbezit (WBC).