vrijdag 25 november 2011
HERGEBRUIK VAN GEMEENTELIJKE KLOKKEN
In het centrum van Den Haag klinkt weer het geluid van de werkklok
Algemeen
Klokken zijn door de eeuwen heen in dorpen en steden gebruikt door kerk én overheid. In een tijd waarin deze niet waren gescheiden. Kerkdiensten en gebedstijden werden met klokluiden aangegeven, maar ook momenten in het dagelijks leven. De poortklok waarschuwde dat de poorten zouden worden geopend of gesloten. De stadhuisklok luidde als er mededelingen vanaf de pui zouden worden voorgelezen. De grootste klok – de banklok - klonk als er belangrijke gebeurtenissen waren of als onheil dreigde. Deze moest daarom zó zwaar zijn, dat het geluid in het gehele rechtsgebied (de banne) te horen was “De noodklok luiden” is nog altijd een Nederlands gezegde, wanneer negatief aangevoelde situaties breed aandacht moeten krijgen. Daardoor is zelfs het woord ‘klokkenluider’ weer meer in gebruik geraakt.
Situatie in Den Haag
Ook Den Haag kende eeuwenlang klokken voor kerkelijke gebruik. Ze luidden vanuit de toren van de Grote Kerk, vanuit de dakruiter van de Hofkapel aan het Binnenhof, vanaf de Kloosterkerk aan het Lange Voorhout en andere kloostergebouwen en sinds 1656 ook vanaf de Nieuwe Kerk aan het Spui. Deze klokken werden indien nodig ook voor wereldlijke doeleinden ingezet. Omdat er geen scheiding tussen kerk en staat bestond, werden de klokken veelal bekostigd door en waren eigendom van de wereldlijke overheid.
De Haagse bestuurders gebruikten klokken voor wereldlijke doeleinden in onder andere de toren van het Raadhuis aan de Groenmarkt of in de Haagse Toren. Een klok luidde iedere avond wanneer de boom over de belangrijkste vaarweg naar Rijswijk werd gesloten. Een andere regelde de vertrektijden van de trekschuiten aan de Amsterdamse Veerkade. Daartoe werd een exemplaar gehangen in een speciaal gebouwd torentje op het dak van het huis van de Zweedse ambassadeur Van Dyck aan het Spui. Iedere zaterdag werd om elf uur ’s avonds door middel van klokluiden aangegeven dat de markt – toen in het centrum van Den Haag aan de Prinsegracht – was opgeruimd en de werkweek was afgerond.
Ook werktijden werden geregeld
Uit jaarlijkse betaalposten, aanwezig in het Haagse Gemeentearchief, blijkt dat in ieder geval in 1604 – en eeuwen daarna – werd betaald vanwege het vier keer per dag luiden van de werkklok, waarschijnlijk een van de klokken in de Haagse Toren. De tijdstippen zijn niet bekend. In de zomertijd zal dat ’s morgens heel vroeg zijn geweest en laat aan het eind van de werkdag, afhankelijk van zonsop- en ondergang. Daartussen moeten ook nog de pauzetijden met klokluiden zijn aangegeven. Wintermaanden kenden kortere werktijden, dus werd de werkklok ’s morgens later en ’s avonds eerder geluid.
Ook buiten de overheid werden werktijden geregeld door klokgebruik. Het wol- en lakenweversgilde liet in ieder geval in 1473 dagelijks met een eigen klokje de werktijden aangeven.
Ook buiten de overheid werden werktijden geregeld door klokgebruik. Het wol- en lakenweversgilde liet in ieder geval in 1473 dagelijks met een eigen klokje de werktijden aangeven.
Scheiding van kerk en staat
Met de scheiding tussen kerk en staat in 1798 trad verandering in. De torens én de daarin aanwezige klokken en uurwerken bleven eigendom van de overheid. De bijbehorende kerkgebouwen werden echter eigendom van de kerkelijke gemeenten. Deze kregen toestemming van de overheid, de klokken voor kerkelijke doeleinden te blijven gebruiken. Ook in Den Haag bleven de klokken dus eigendom van de burgerlijke overheid. Dat geldt bijvoorbeeld dus ook voor de toren bij de Grote Kerk, de Haagse Toren en de daarin aanwezige klokken.
De Haagse Toren
In de Haagse Toren hangen – behalve het carillon in de top - vier grote klokken, achter de zogenaamde houten ‘galmborden’ die dienen om het geluid te richten. Drie van de vier kunnen als luidklokken worden gebruikt.
De grootste dateert uit 1541, gegoten na de torenbrand in december 1539. Bijzonder is, dat op drie plaatsen het wapen van Den Haag – met de ooievaar – werd meegegoten. Deze klok van ca 6.000 kg moet vooral de functie van ‘banklok’ hebben gehad: ze moest voor belangrijke zaken door zoveel mogelijk inwoners in het Haagse rechtsgebied kunnen worden gehoord.
De middelste klok werd in 1647 gemaakt en weegt ongeveer 3.200 kg. Ten slotte is als luidklok aanwezig de klok van ongeveer 2.200 kg. Ze werd als ‘Oorkondeklok’ gegoten in 1957 na het gereed komen van de torenrestauratie. De vierde klok - ‘Jacob’ genaamd, met een gewicht van ca 2.800 kg en vervaardigd in 1570 - werd rond 1956 als luidklok buiten gebruik gesteld. Ze is wel aangesloten aan het carillon.
De grootste dateert uit 1541, gegoten na de torenbrand in december 1539. Bijzonder is, dat op drie plaatsen het wapen van Den Haag – met de ooievaar – werd meegegoten. Deze klok van ca 6.000 kg moet vooral de functie van ‘banklok’ hebben gehad: ze moest voor belangrijke zaken door zoveel mogelijk inwoners in het Haagse rechtsgebied kunnen worden gehoord.
De middelste klok werd in 1647 gemaakt en weegt ongeveer 3.200 kg. Ten slotte is als luidklok aanwezig de klok van ongeveer 2.200 kg. Ze werd als ‘Oorkondeklok’ gegoten in 1957 na het gereed komen van de torenrestauratie. De vierde klok - ‘Jacob’ genaamd, met een gewicht van ca 2.800 kg en vervaardigd in 1570 - werd rond 1956 als luidklok buiten gebruik gesteld. Ze is wel aangesloten aan het carillon.
Bijna buiten gebruik of vastgeroest
De klokken in de Haagse Toren werden als luidklokken de afgelopen decennia zelden meer gebruikt. Sinds de Grote Kerk voor kerkdiensten werd gesloten, klonken ze nog maar drie keer per jaar. Op Koninginnedag ’s morgens ongeveer tien minuten en op Kerstavond alle drie gezamenlijk. Op de avond van de Dodenherdenking klinkt alleen de grootste klok.
Ze worden echter wel door de gemeente onderhouden om vastroesten te voorkomen.
Klokken zijn monumenten die gekoesterd, maar ook gebruikt moeten worden. Daar zijn ze voor gemaakt en met veel geld aangeschaft. Bovendien is onderhoud noodzakelijk. Maar als ze niet worden gebruikt is het gemeenschapsgeld eigenlijk ‘weggegooid’. En het luiden van ‘de noodklok’ moet altijd mogelijk blijven.
Hergebruik
Door de afdeling Cultuur van de Gemeente Den Haag werd besloten tot hergebruik van de monumentale klokken in zowel de toren van het Oude Raadhuis als in de Haagse Toren. Daarbij werd aangesloten bij de vermelding in de betaalrekeningen in het Gemeentearchief over 1604 waarin staat, dat vier keer per dag de werkklok werd geluid.
Er werd voor gekozen, deze traditie niet aan één klok terug te geven maar aan de vijf in de beide torens aanwezige luidklokken. Ingeschakeld door de computer klinken ze steeds één minuut. Het gaat immers niet om de duur maar om het gebruik. Bij wereldlijke feesten klinken ze gezamenlijk enkele minuten, zoals gebruikelijk was.
Er werd voor gekozen, deze traditie niet aan één klok terug te geven maar aan de vijf in de beide torens aanwezige luidklokken. Ingeschakeld door de computer klinken ze steeds één minuut. Het gaat immers niet om de duur maar om het gebruik. Bij wereldlijke feesten klinken ze gezamenlijk enkele minuten, zoals gebruikelijk was.
LUIDSCHEMA
Werkdagen
- maandag t/m vrijdag 9.00 uur: één minuut met het Raadhuisklokje uit 1493 begin van de werkdag en de winkelopenstelling
- maandag t/m vrijdag 11.00 uur: één minuut met beurtelings de kleine óf de middelste klok in de Haagse Toren (koffiepauze - de Koffieklok)
- maandag t/m vrijdag 9.00 uur: één minuut met het Raadhuisklokje uit 1493 begin van de werkdag en de winkelopenstelling
- maandag t/m vrijdag 11.00 uur: één minuut met beurtelings de kleine óf de middelste klok in de Haagse Toren (koffiepauze - de Koffieklok)
- maandag t/m vrijdag 18.00 uur: één minuut met de Raadhuisklok uit 1608 eind van de werkdag, tevens winkelsluiting
Zaterdag
- Zaterdagochtend: geen luiding (voor de uitslapers)
- 16:00 uur: twee minuten met beide Raadhuisklokken: ‘nog snel de benodigde boodschappen doen of (in de zomer ) tijd voor een terrasje.
- 18.00 uur: één minuut met de Haagse Torenklok uit 1541: eind van de werkweek
Extra luidingen
1. Oudejaarsnacht. Na 00:00 uur: enkele minuten de klokken van beide torens gezamenlijk.
2. Koninginnedag (30 april). Na de slag van 10:00 uur: drie minuten de klokken van beide torens gezamenlijk.
3. Dodenherdenking (4 mei). Van 19:45 tot 19:56 uur: alleen de Haagse Torenklok uit 1541, zoals na de Bevrijding in 1945 gebruikelijk is geworden. Dan klinkt tevens de klok op de Waalsdorpervlakte én van de Nieuwe Kerk aan het Spui.
4. Bevrijdingsdag (5 mei). Na de slag van 10:00 uur: drie minuten de klokken van beide torens.
Geen luidingen
- 1 januari (Nieuwjaarsdag)
- 25 en 26 december (eerste en tweede Kerstdag)
Zie voor het gebruik van de banklok bijvoorbeeld de website van het Utrechts Klokkenluiders Gilde
<< Terug naar overzicht